Vet en het gevoel van verzadiging:

Vetten uit de voeding stimuleren de afgifte van CCK. Dit is een hormoon dat zorgt voor een signaal van verzadiging. Daarnaast vertraagt vet de vertering van voedsel (en dus de aanwezigheid van nutriënten in de bloedsomloop), wat zorgt voor een stabiele bloedsuikergehalte. Een verminderde fluctuatie van het bloedsuikergehalte draagt bij aan het gevoel van verzadiging. Een dieet waarvan meer dan 30% van de calorieën uit vetten bestaat bevat echter minder volume, dan bij een koolhydraatrijk. Met andere woorden, een lepel olie en een grote salade met een vetarme dressing kan dezelfde hoeveelheid calorieën bevatten. Verzadiging wordt niet uitsluitend bepaald door de totale calorie opname. Het kleine volume en de grote hoeveelheid calorieën die het eten van vetten met zich meebrengt, kan een negatieve invloed hebben op de andere verzadigingsmechanismen (kauwen, slikken, uitzetten van de maag). Dit kan leiden tot hyperfagie (overeten).

Vet suppletie tijdens inspanning:

Over het algemeen worden vetten langzaam verteerd en opgenomen. Een lange keten van triglyceriden, waaruit het grootste deel van de vetzuren uit onze voeding bestaan (16 tot 18 koolstof verbindingen), moeten het proces van vertering en opname zoals eerder beschreven doorlopen. Triglyceriden ketens van een gemiddeld formaat worden echter sneller opgenomen. Daarnaast hoeven zij niet omgezet te worden in chylocicrons, alvorens zij getransporteerd kunnen worden. Zij komen direct via de poortader in het circulatiesysteem terecht. Ze vormen dus een snel beschikbare en geconcentreerde bron van energie. Er wordt gesuggereerd dat het toedienen van deze triglyceriden keten van gemiddelde grootte, als aanvulling op de inname van koolhydraten, een positief effect heeft op het prestatievermogen van de duuratleet. Het levert naast veel geconcentreerde energie ook vrije vetzuren (free fatty acids / FFA) op in het bloedplasma. Hierdoor bespaart men het glycogeen in de spieren. Vandaag de dag is er nog onvoldoende bewijs om suppletie van triglyceriden keten van gemiddelde grootte, aan te bevelen om de duurprestatie te verbeteren

obesitas

Insuline resistentie en obesitas:

Voorstanders van een eiwitrijk en koolhydraatarm dieet, beweren vaak ook ten onrechte dat koolhydraten de oorzaak is van een toenemend aantal mensen, dat leidt aan het metabool syndroom (MS, of syndroom X) en dus een oorzaak is van de gewichtstoename. Het metabool syndroom is een verzamelnaam van de volgende symptomen; obesitas, insuline resistentie, hoge bloeddruk, hoge cholesterol –en triglyceriden waarde in het bloed. Deze symptomen verhogen de kans op het risico op hart –en vaatziekte. Het metabool syndroom gaat meestal samen met obisitas (voornamelijk vetopslag in de buikholte), een vetrijk voedingspatroon en een inactieve levensstijl. Ook gaat dit vaak samen met een verhoogde concentratie van circulerende vrije vetzuren (FFA) in het bloed. Bij een hoge concentratie van vrije vetzuren, zal het lichaam deze als eerste gebruiken voor het leveren van energie. Dit zorgt voor een vermindering van; de verbranding (oxidatie) van glucose, synthese van glycogeen, transport van glucose. Dit resulteert in hyperglykemie (verhoogde bloedsuiker waarde). Wanneer het bloedsuikergehalte chronisch verhoogd is dan neemt de afgifte van het hormoon insuline toe. Dit zorgt er voor dat de overtollige bloedsuikers omgezet worden tot o.a. proteïne en vetzuren.

Dit feit ondersteunt het idee dat koolhydraten gezondheidsproblemen veroorzaken. Een gezond persoon moet echter wel extreem veel simpele koolhydraten (zoals sucrose) en vet eten, om een constante overmatige hoeveelheid energie of veel overgewicht te genereren, dat leidt tot chronische verhoogde bloedsuikerwaarden. Ondanks dat er enig bewijs is dat erfelijkheid een rol speelt bij insuline resistentie, leidt deze conditie zelf niet tot een toename van gewicht, zonder dat er meer energie opgenomen dan verbruikt wordt. In feite is obesitas zelf een risicofactor voor het ontwikkelen van insuline resitentie, en niet andersom. Wat is dan de voornaamste oorzaak van insuline resistentie? Wanneer iemand regelmatig te veel eet, dan worden de overtollige calorieën opgeslagen als vet. De vetcellen nemen dan toe in omvang. Deze groei van vetcellen zorgt voor de resistentie van insuline. Dit zorgt voor een verhoging van de concentratie van vrije vetzuren, waardoor het lichaam deze eerder dan glucose gaat gebruiken als energiebron. Hierdoor belandt men in een vicieuze cirkel.

Overgewicht leidt tot insuline resistentie, wat op zijn beurt weer leidt tot een lager verbruik van glucose. Dit zorgt er weer voor dat het bloedsuikergehalte toeneemt. Een verhoogd bloedsuikergehalte leidt weer tot de afgifte van meer insuline. Dit zorgt weer voor een verhoging van cholesterol, triglyceriden en bloeddruk. Het wordt nog erger, doordat glucose moeilijker als glycogeen in de spieren kan worden opgeslagen, blijven de glycogeenvoorraden laag. Dit stimuleert de eetlust, waardoor de persoon meer gaat eten. Dit zorgt weer voor meer vetopslag, toenemende resistentie van insuline, enzovoort.

Verschillende onderzoeken tonen aan dat er een sterke relatie is tussen vetrijke diëten, obesitas, dus insuline resistentie en diabetes. Natuurlijk maakt het eten van vet iemand niet vet tenzij het in overmate wordt geconsumeerd (dit geldt ook voor het eten van koolhydraten). Het is echter gemakkelijk om te veel energie binnen te krijgen met een vetrijk dieet, omdat vet veel calorieën levert met weinig volume. Wanneer deze hoge opname van vet gecombineerd wordt met een te grote opname van energie en een inactieve levensstijl, kan men voorstellen dat dit gemakkelijk leidt tot een overvloed van vrije vetzuren in de bloedstroom. Het ligt meer voor de hand dat een vetrijk dieet leidt tot een overmatige consumptie van energie, obesitas, insuline resistentie en niet insuline afhankelijke diabetes, dan bij koolhydraten. De enige oplossing is; een dieet dat voorziet in de gewenste hoeveelheid energie, die veel vezels en complexe koolhydraten bevat en sporten. Uit onderzoek onder diabetes type 2 patiënten (met insuline resistentie) blijkt dat de insuline waarde al significant daalt, na het volgen van een 3 weken durende koolhydraatrijk en vetarm dieet en het volgen van een sportprogramma. Het is in een maatschappij waar het aantal obese mensen sterk toeneemt, misschien gemakkelijk om de schuld te geven aan koolhydraten. Onze huidige maatschappij en omgeving zorgen er voor dat het gewicht gemakkelijk toeneemt. Smakelijke en calorie-rijke voeding is overal beschikbaar en onze omgeving nodigt niet echt uit tot fysieke activiteit. Uiteindelijk is de behandeling van obesitas heel simpel, beweeg meer en eet minder. De invloed van sociale, psychologische en fysiologische factoren zorgen er echter voor dat dit simpele plan vaak moeilijk in de praktijk gebracht kan worden.

Overzicht van de eigenschappen van lipiden:

1 gram vet bevat 9 calorieën. Vet is in het algemeen niet oplosbaar in water. Vet is in alle cellen aanwezig. In grote mate in vet en zenuwweefsel en in mindere mate in epitheel en spierweefsel. Vetzuren kunnen we onderverdelen in verzadigd en enkel –en meervoudig onverzadigd.

Het lichaam heeft vet nodig voor:
• Energie
• Structuur en functie van celmembranen
• Transporteren en aanmaken van hormonen
• Afgeven van cellulaire signalen
• Regulatie met betrekking tot de opname en afgifte van voedingsstoffen, in de cel

Aanbevelingen ten aanzien van de inname van vet:
• 20 tot 35% van de totale opname, afhankelijk van de prestaties die geleverd moeten worden, gevoel van verzadiging
• In verhouding dient men veel meer meervoudig onverzadigde dan verzadigde vetzuren te eten
• Een gemiddelde Amerikaan heeft een vetconsumptie die ligt tussen de 32 en 42% van de totale calorieopname
• Een consumptie van meer dan 35% van de totale calorie-opname verzoorzaakt overmatig eten (door een gebrek aan voedingsvolume) en vertraagt vaak het metabolisme.

Vond je dit artikel interessant? Like dan even mijn facebookpagina voor updates en meer van dit soort artikelen! Tevens word het zeer gewaardeerd als je dit artikel deelt op je sociale media.

Source PT

Say it, Mean it, Do it!

 

Bron: NASM